EPB-eisen voor ramen en deuren: het minimum is niet altijd de juiste keuze
Drie gewesten, dezelfde basiswaarden
Voor gangbare glazen ramen zijn de huidige grenswaarden in Vlaanderen, Wallonië en Brussel in grote lijnen gelijk: maximaal 1,50 W/m²K voor Uw van het volledige raam en maximaal 1,10 W/m²K voor Ug van de beglazing. Voor deuren en poorten geldt doorgaans een maximale Ud-waarde van 2,00 W/m²K, inclusief het kader. Controleer wel altijd de toepasselijke gewestelijke tabel, de categorie van het constructiedeel en het aanvraagjaar. Deze eisen gelden binnen de toepasselijke EPB-regelgeving; ze verplichten niet automatisch tot vervanging van elk bestaand raam.
Die harmonisatie is relatief recent. De Waalse waarden gelden sinds 2017; de huidige Vlaamse tabel geldt voor bouwaanvragen vanaf 2018. Brussel verstrengde zijn raameis vanaf 2021 van Uw 1,80 naar 1,50 W/m²K. Wie een oudere Brusselse tabel raadpleegt, kan dus nog een achterhaalde grenswaarde tegenkomen. De datum van de vergunningsaanvraag en de juiste jaartabel blijven essentieel.
De categorie verdient eveneens aandacht. Gordijngevels, lichtdoorlatende kunststofelementen en glasbouwstenen hebben afzonderlijke eisen. Ook is een beglaasde deur niet overal vanzelfsprekend als raam te behandelen: Vlaanderen verwijst transparante deuren naar de venstercategorie, terwijl de Brusselse tabel deuren afzonderlijk vermeldt. Een grenswaarde toepassen zonder eerst de constructie correct te classificeren, kan dus tot fouten leiden.
Uw is niet hetzelfde als Ug
De U-waarde beschrijft hoeveel warmte door een constructie stroomt per vierkante meter en per graad temperatuurverschil. Hoe lager de waarde, hoe beter de thermische isolatie. De letter achter de U bepaalt welk onderdeel wordt beoordeeld. Ug slaat op de beglazing, Uf op het raamprofiel en Uw op het volledige raam. Bij deuren wordt Ud gebruikt.
Voor de klant is vooral **Uw** van belang. Een Ug-waarde van 1,10 betekent niet dat het volledige raam dezelfde prestatie haalt. Het profiel heeft een eigen warmteverlies en ook de randverbinding tussen glas en profiel telt mee. Die bijkomende verliesstroom wordt uitgedrukt met de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt Ψg. De Uw-berekening combineert dus de oppervlakten en U-waarden van glas en profiel met de lengte en thermische prestatie van de glasrand.
Daarom is Uw ook afhankelijk van de afmetingen en indeling. Een klein raam heeft doorgaans relatief meer profiel en glasrand dan een groot glasvlak. Extra stijlen en vleugels veranderen die verhouding opnieuw. Twee ramen uit dezelfde profielreeks, met dezelfde beglazing, kunnen daardoor verschillende Uw-waarden hebben. Een cataloguswaarde voor één referentieformaat mag dus niet zonder controle als projectwaarde voor alle uitvoeringen worden voorgesteld.
Voor de schrijnwerker betekent dit dat glas, profiel en afstandhouder samen moeten worden gekozen. Beter isolerend glas kan Uw verlagen, maar hetzelfde geldt voor een performanter profiel of een thermisch verbeterde afstandhouder. Ook de berekeningsmethode en de gebruikte invoergegevens kunnen de gerapporteerde Uw-waarde beïnvloeden. Lever daarom bij voorkeur de prestatiegegevens en de onderbouwing van de berekening aan, zeker wanneer de EPB-verslaggever de waarden niet rechtstreeks uit een gevalideerde productfiche kan overnemen.
Een projectgemiddelde vraagt correcte gegevens
Bij de toetsing van de raameis speelt het oppervlaktegewogen gemiddelde een rol. Grote ramen tellen daarin zwaarder mee dan kleine. De Vlaamse berekeningsregels verwijzen expliciet naar die gemiddelde Uw-waarde; ook de Brusselse bijlage bepaalt dat de oppervlakten van de betrokken transparante constructies moeten worden meegewogen. De Ug-eis geldt daarentegen voor iedere beglazing afzonderlijk.
Dat geeft de ontwerper enige speelruimte, maar is geen reden om op voorhand minder performante ramen aan te bieden. De EPB-verslaggever moet het geheel toetsen volgens de toepasselijke methode. Bovendien kan het bestek een strengere eis per raam opleggen. Praktisch is het daarom verstandig om de prestaties per raamtype en uitvoering aan te leveren, samen met de gegevens waarop de berekening steunt.
Nieuwbouw: kijken voorbij de componentgrens
Bij nieuwbouw vormt voldoen aan Uw en Ug slechts één deel van de opdracht. Vlaanderen beoordeelt ook de gebouwschil via het S-peil; voor nieuwe woningen geldt sinds 2022 S28 als uitgangseis. Wallonië verlangt sinds 2021 Q-ZEN-nieuwbouw en voegde voor nieuwe en daarmee gelijkgestelde gebouwen vanaf 2026 een minimumaandeel van 35 procent hernieuwbare energie toe. Zulke gebouweisen vervangen de maximale U-waarden niet, maar komen erbovenop.
De raamkeuze moet daarom vroeg worden afgestemd met architect en EPB-verslaggever. Afmetingen, profielaandeel, ventilatievoorzieningen en aansluitingen beïnvloeden de uiteindelijke beoordeling. “Dit raam voldoet aan EPB” is als verkoopzin te ruim: het raam kan aan de componentgrens voldoen, terwijl het gebouw als geheel bijkomende prestaties nodig heeft.
Ook de plaatsing blijft doorslaggevend. Uw karakteriseert het raam vóór het wordt ingebouwd en beoordeelt dus niet automatisch de aansluiting op de ruwbouw. De zorg voor de plaatsing, de dichtingen en de aansluitdetails bepaalt mee hoe het schrijnwerk in de praktijk functioneert. Een goede productwaarde ontslaat de plaatser niet van die verantwoordelijkheid.
Renovatie: eerst de juridische context
Bij renovatie begint correct advies met de vraag welke werken worden uitgevoerd en of die binnen een EPB-plichtig project vallen. In Vlaanderen is de EPB-regelgeving gekoppeld aan vergunnings- of meldingsplichtige werken. In Wallonië geldt de PEB-regelgeving, behoudens uitzonderingen, voor bouw-, herbouw- en verbouwingswerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Ook Brussel koppelt zijn PEB-werkeneisen aan vergunningsplichtige projecten en de betrokken werkzaamheden.
Binnen zo’n renovatie gelden niet automatisch nieuwbouweisen voor alle bestaande gebouwonderdelen. Tegelijk kunnen raamvervangingen ventilatieverplichtingen activeren. In Vlaanderen moet bij een gewone EPB-renovatie onder meer voldoende luchttoevoer aanwezig zijn in droge ruimten waar ramen worden vervangen. Een raam kunnen openen volstaat niet. Wallonië vermeldt eveneens toevoereisen voor bestaande lokalen wanneer het betrokken schrijnwerk wordt vervangen. Ventilatie hoort daarom in de offertebespreking thuis, niet pas bij de oplevering.
Ook het vervangen van alleen glas is een andere ingreep dan volledige raamvervanging. Vlaanderen beschouwt het behoud van de positie en profielen, met uitsluitend vervanging van het glas, binnen de beschreven EPB-situatie als een behouden bestaande toestand, zonder nieuwe Umax- of ventilatie-eisen. Die Vlaamse uitzondering mag niet zomaar naar andere gewesten worden doorgetrokken.
Wettelijke eis, premie en EPC uit elkaar houden
Een klant hoort drie zaken uit elkaar te houden: wat wettelijk vereist is, welke voorwaarden gelden voor een eventuele premie en wat verstandig is voor het renovatiedoel. Die voorwaarden vallen niet noodzakelijk samen. Voor beglazing die in aanmerking komt voor Mijn VerbouwPremie geldt een maximale Ug-waarde van 1,00 W/m²K, tegenover 1,10 W/m²K in de EPB-basisregels. De premievoorwaarden en de doelgroep zijn in 2026 gewijzigd; niet elke klant of elk gebouw komt nog in aanmerking. Controleer dus vóór de offerte de actuele voorwaarden. Een EPB-conforme keuze is niet automatisch premiegeschikt. Evenmin garanderen nieuwe ramen een bepaald EPC-label. Bij de Vlaamse residentiële renovatieverplichting moeten woningen met label E of F die onder de regeling vallen binnen zes jaar na de betrokken overdracht minstens label D behalen. Het eerder geplande verdere verstrengingspad is afgeschaft. Dat resultaat moet met een nieuw EPC worden aangetoond: de prestatie van het volledige gebouw telt, niet alleen die van het schrijnwerk.
Morgen: strengere gebouwen, niet zomaar een nieuwe Uw
De Europese richting is duidelijk. Vanaf 2028 moeten nieuwe gebouwen die eigendom zijn van overheidsinstanties voldoen aan de norm voor emissievrije gebouwen; vanaf 2030 geldt dat in principe voor alle nieuwe gebouwen, met mogelijke specifieke uitzonderingen. Zo’n gebouw heeft een zeer hoge energieprestatie en geen CO₂-uitstoot ter plaatse door fossiele brandstoffen. Daaruit volgt echter niet automatisch één nieuwe Europese Uw-grens voor alle ramen. De Europese regels moeten verder worden omgezet in de nationale en gewestelijke regelgeving.
Ook renovatie vergroot de aandacht voor de volledige gebouwschil. Brussel vermeldt voor woningen een PEB-doel van maximaal 275 kWh/m² per jaar tegen uiterlijk 2033 en een volgend doel van 150 kWh/m² per jaar, ten vroegste in 2045. Voor de schrijnwerker ligt daar de belangrijkste evolutie: niet speculeren over nog onbekende raamgrenzen, maar aantoonbare productprestaties verbinden met ventilatie, zorgvuldige plaatsing en het langetermijnplan van het gebouw.